maandag 24 juli 2017

Pelita: een tropisch olielampje en het verdriet van Indië in naoorlogs Baarn. Een verhaal uit 1951

door Ed Vermeulen        


Pelita (gevelsteen met olielampje)
(Coll. Hist. Kring Baerne)
Op 15 augustus vindt in Den Haag nabij het Indisch Monument, gelegen in de Scheveningse bosjes, de officiële landelijke herdenking van de capitulatie van het Japanse leger in het voormalige Nederlands Indië (nu Indonesië) plaats. Ook in Baarn wordt evenals in voorgaande jaren op deze dag een mooie en waardige, door het Comité 4 en 5 Mei Baarn georganiseerde, herdenking gehouden op de vertrouwde plek bij het Bevrijdingsmonument op het Stationsplein.
                               

4-5 mei Monument Baarn, locatie Indiëherdenking (Coll. Groenegraf.nl)
                             
Proklamasi en geweld
Twee dagen na de Japanse capitulatie riep Soekarno, de latere president, de Republik Indonesia uit. Dit gebeuren werd, zoals te verwachten was, breed gedragen door de lokale bevolking en is de geschiedenis ingegaan als de dag van de Proklamasi. Dat hiermee definitief het begin van het einde gemarkeerd werd van een drietal eeuwen Nederlandse koloniale overheersing in de Gordel van Smaragd zal de lezer inmiddels bekend zijn. In oktober 1945 brak de Bersiap periode uit, een heftige en vooral ook bloedige strijd waarin diverse strijdgroepen in de Republik Indonesia zich keerden tegen alles wat hen deed herinneren aan de Nederlandse koloniale overheersing. De Nederlandse autoriteiten, waren met name in de beginperiode niet in staat het eigen gezag te herstellen. De daarop volgende jaren werden gekenmerkt door militair ingrijpen, bij velen bekend als de zog. Politionele acties. Inmiddels spreekt men van een dekolonisatieoorlog. In 1949 viel het doek en werd op 27 december in Amsterdam door Koningin Juliana en de Indonesische premier Mohammed Hatta de soevereiniteitsoverdracht getekend. Plaats van handeling: het paleis op de Dam.

Soevereiniteitsoverdracht: minister-president Drees spreekt,
Koningin Juliana en Indonesische premier
Mohammed Hatta luisteren aandachtig.
 (Foto: Internet)

Opgevangen in andijvielucht
Bovengenoemde ontwikkelingen en gebeurtenissen vormden de basis van een ware, jarenlang durende, volksverhuizing vanuit Nederlands Indië richting Nederland, door sommigen ook wel Patria (vaderland) genoemd.
Patria, Nassaulaan, verzorgingshuis voor Indische ouderen. (Coll. Groenegraf.nl)

Patria, niet te verwarren met het gelijknamige Baarnse verzorgingshuis voor Indische ouderen. Klinkt vertrouwenwekkend en misschien ook wel romantisch, maar de romantiek was voor velen ver te zoeken! Evacués, repatrianten, vluchtelingen, spijtoptanten (warga negara’s), KNIL militairen, waaronder een grote groep van Molukse afkomst verlieten, gedwongen door de omstandigheden, de door de oorlogsjaren geteisterde Gordel van Smaragd.

m.s. Sibajak en s.s. Kota Baroe (beide schepen spelen een belangrijke rol in onze familiegeschiedenis)
(Coll. J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt Almere)

Een groot aantal Nederlandse en gecharterde buitenlandse passagiers – en omgebouwde vrachtschepen zorgden voor het vervoer. Door de Nederlandse regering en vanuit particulier initiatief in het leven geroepen organisaties, lees: uit de grond gestampt, waren betrokken bij de opvang van deze groepen ontheemden. Een totaal van ruim 300.000 voormalige inwoners van Nederlands Indië trachtten op deze wijze hun plek in de Nederlandse samenleving te vinden. Een niet altijd eenvoudige opgave, waarbij in veel gevallen van een warm welkom zeker geen sprake was. Een mogelijke uitzondering in deze situatie werd gevormd door de in Baarn neergestreken familie Meijering. Via de nu sinds lang vervlogen verhalen van mijn klasgenoot lagere school en toenmalige schoolvriend Ward(je) Meijering herinner ik mij de lotgevallen van zijn familie die zich denk ik in 1948, komend vanuit Nederlands Indië, in Baarn vestigden, eerst op kamers in de Brinkstraat en weer later, in de jaren 1950/51, als de waarschijnlijk eerste bewoners van het nieuwgebouwde huis Kievitstraat 54. Ik heb daar gespeeld en kan u verzekeren dat de afstand van de Laanstraat, waar ik toen woonde, naar deze nieuwbouwbuurt op de Baarnse hei niet onaanzienlijk was. Een verre tocht naar, toen, onbekend terrein.
Kievitstraat in de vijftiger jaren (Coll. HKB)

In min of meer dezelfde tijd kwamen de families Fürste en Punt, waarvan de vaders ex-KNIL militairen waren, in de Kemphaanstraat wonen. Dochters Adri en Els waren klasgenootjes in ondermeer de 5e en 6e  klas. Of hun verhalen verteld en gehoord werden? Mijn herinnering laat me hier in de steek.
5e klas Herv. Lagere School Spoorstraat,
Adri Fürste (4) en Els Punt (28); ikzelf op (15). Locatie: Baarnse Bos, winter 1951/52
(Coll. Ed Vermeulen) 
Opgevangen in Andijvielucht
van Griselda Molemans

Het kan natuurlijk ook zo maar zijn dat ik als (lagere) schooljongen niet echt snapte wat er aan de hand was. Nu weet ik beter. De bekende en uiterst strijdvaardige schrijfster en onderzoeksjournaliste Griselda Molemans doet over deze tijd verslag in het door haar geschreven en in 2014 uitgegeven spraakmakende boek ’Opgevangen in Andijvielucht’. Een opmerkelijke en vooral ook suggestieve titel die niets aan de verbeelding overlaat. Het boek geeft in verschillende hoofdstukken specifieke Baarnse informatie: contractpensions, kindertehuizen, BAVO opvangcentrum voor Indische ouderen, Patria Nassaulaan (nu in Bussum), maar ook Pelita en haar Baarnse connecties komen ruimschoots aan bod.


Stichting Pelita 
Logo Stichting Pelita 
Eén van de hierboven genoemde particuliere initiatieven leidde tot de oprichting van de Stichting Pelita. De datum: 17 november 1947. De intrigerende naam werd ontleend aan een olielampje dat in de tropische nachten vaak langs onverlichte wegen, kampongs en op berghellingen als lichtbaken diende. In de statuten van de stichting staat onder het kopje ’Doel’ ondermeer geschreven: ’De stichting stelt zich ten doel bij te dragen tot de leniging van de zedelijke, maatschappelijke en stoffelijke noden van personen die het slachtoffer  zijn geworden van de oorlog met Japan’. Ook het beschikbaar stellen van goede en verantwoorde woonruimte behoorde tot de kerntaken van Pelita.
Baarn is hierin een van de gemeentes die het verschil maken: de gemeenteraad heeft in samenwerking met Pelita in november 1950 besloten om acht eengezinswoningen, voorzien van woonkamer, zitkamer en keuken, met boven drie slaapkamers en een doucheruimte, in de toen spiksplinternieuwe Gruttostraat te bouwen, de nummers 28 t/m 42. Na een openbare aanbesteding werd de bouw gegund aan de Baarnse aannemer W. van Wilsum. Deze slaagde er in de woningen ongeveer een half jaar na begin van de bouw op te leveren. Als bijzonder kenmerk hebben de woningen een bruinrood gevelsteentje naast de deur met de beeltenis van het eerder genoemde olielampje. In totaal bouwt Pelita in meerdere gemeentes een kleine zeshonderd woningen en flats uit eigen middelen. Als beschermvrouw van de stichting is koningin Juliana haar moeder Wilhelmina op gevolgd.

H.M. Koningin Juliana en burgemeester Mr. F. J. van Beeck Calkoen
 op weg naar Gruttostraat 36   (Coll. Historische Kring Baerne)

Op dinsdag 17 juli 1951 rond drie uur in de middag kwam onze toenmalige vorstin vanuit het nabij gelegen Paleis Soestdijk naar de Gruttostraat om, vergezeld door burgemeester Mr. F.J van Beeck Calkoen, wethouder Ros en gemeentesecretaris Van der Beek en andere hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de voorzitter van de Pelita Stichtingsraad Jhr. Ir. H.S. van Lennep en de voorzitter van het Pelitabestuur de heer H. Giel Sr., één van de acht woningen, t.w. no. 36, symbolisch te openen en de eerste bewoners welkom te heten. Mevrouw J. S. Sinninghe Damsté – van Dijl en haar gezin viel deze eer te beurt. In de Baarnsche Courant van vrijdag 20 juli werd hiervan uitvoerig melding gemaakt, waarbij de redacteur zelfs wist te melden dat onze vorstin enige druk op de voordeur moest uitoefenen omdat deze klemde. Aansluitend werd er een kopje thee gedronken. Of daarbij ook Indische snoeperijen geserveerd werden vermeldt de historie niet. Maar een koekje bij de thee zal zondermeer het geval geweest zijn. Na dit uiterst plezierig verlopen bezoek werd de Koningin bij het hek opgewacht door Suze van den Abeelen, die haar een bloemengroet, roze anjers, bracht en vervolgens vergezelde naar haar moeder’s woning op no. 30. Dit gebaar werd gewaardeerd en een allerhartelijkst gesprek volgde. Andere bewoners van het eerste uur waren :
Mevrouw F.J. Strik – van Roosevelt (no. 28), mevrouw J.W.A van den Abeelen – Huijding (no. 30), R. Meima (no. 32), E.J. Veerman (no.34), mevrouw L.J.D. Schuller tot Peursum – Binkhorst (no. 38), mevrouw W.A Veenstra – van Hartingsveldt (no. 40) en mevrouw C.H. Valkenburg - Roelofs (no. 42).

H.M. Koningin Juliana opent onder toeziend
oog van mevrouw Sinninghe Damsté - van Dijl
de deur van No. 36.
(Coll. Historische Kring Baerne)
Het gezelschap passeert  woning No. 30  van mevrouw                                                Op weg naar No. 36                        
J. W. A van den Abeelen - Huijding                                                                                                            
(Coll. Historische Kring Baerne)

Met Suze van den Abeelen                    In gesprek met de familie Van den Abeelen bij No. 30
op weg naar No. 30                                                         (Coll. Pelita)                            
(Coll. Historische Kring Baerne)                                                                                                       


Het verdriet van Indië
Bij zes van de bovengenoemde familienamen was in de adresboeken van toen de ambtelijke toevoeging ’weduwe’ opgenomen, dat hiermee het symbool werd voor het verdriet van Indië, samengebald in de Baarnse Gruttostraat. Het hele dramatische verhaal laat zich lezen bij het raadplegen van het slachtofferregister van de Oorlogsgraven Stichting (O.G.S). Deze stichting is verantwoordelijk voor de aanleg, inrichting en instandhouding van alle Nederlandse oorlogsgraven, waar ter wereld ook, waarbij tegelijkertijd ook de nagedachtenis in ere wordt houden van landgenoten, van wie de laatste rustplaats onbekend is gebleven. Dit alles onder het motto: ’Opdat zij met eere mogen rusten’.

- Frederik Jan Strik: militie sergeant KNIL overleden op 28 -08-1944 in mannenkamp Muntok, laatste rustplaats: ereveld Pandu, Bandung.

Graf Johannes W.A. van den Abeelen, Leuwigajah, Cimahi                      Graf Frederik Jan Strik, Pandu, Bandung           
 (Foto's: OGS)

- Johannes Willem Adolf van den Abeelen: administrateur, overleden 13-07-1944 Tjimahi, laatste rustplaats: ereveld Leuwigajah, Cimahi.
- Jacobus Smede Sinninghe Damsté: militie soldaat KNIL, overleden 26-06-1944;  a/b van het s.s. Harugiku Maru, het vroegere s.s. Van Waerwijck van de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij (K.P.M), laatste rustplaats: zeemansgraf. Het schip werd getroffen door 2 torpedo’s gelanceerd vanaf de Britse onderzeeboot HMS Truculent*. Bij deze ramp waren 176 slachtoffers te betreuren, onder hen 113 Nederlanders. Het schip was eerder, op 5 maart  1942, door KPM personeel tot zinken gebracht in de haven van Tandjong Priok, later door de Japanners gelicht en weer in de vaart genomen.

s.s Van Waerwijck (Harugiku Maru)                                                                         s.s. Junyo Maru                     

- Cornelis Hendrik Valkenburg: militiesoldaat KNIL, overleden 18-09-1944, laatste rustplaats : zeemansgraf, a/b van het s.s. Junyo Maru. Het schip was met ongeveer 6500 gevangenen (2300 Nederlandse krijgsgevangenen en 4200 Javaanse dwangarbeiders (romusha’s) onderweg van Tandjong Priok naar de Sumatraanse havenplaats Padang, toen het werd getroffen door twee torpedo’s   afgevuurd door de Britse onderzeeboot HMS Tradewind* Na ongeveer 20 minuten verdween het schip in de golven van de Indische Oceaan, ter hoogte van Benkoelen (Sumatra). Bij deze immense maritieme ramp waren ongeveer 5600 doden te betreuren. De overlevenden, ongeveer 900 in getal, bereikten hun uiteindelijke bestemming: de Sumatra spoorweg, bij velen bekend onder de naam Pakan Baroe spoorweg.
- Louis Jean Desiré Schuller tot Peursum, overleden 16-05-1943 Buitenzorg, Batavia (niet vermeld bij de OGS).
- Willem August Veenstra: KNIL,  overleden 16-05-1943 Tarsao, Thailand,
laatste rustplaats: ereveld Kanchanaburi eveneens in Thailand.

Ook hier geldt: zolang hun namen genoemd worden, zijn zij niet vergeten.
                 
Hier en nu
Het feit dat Pelita ’s, ooit omvangrijke, bouwcontingent al langer geleden is ingevuld en de nog steeds bestaande en inmiddels gerenoveerde huizen met de herinneringsstenen zijn opgenomen in het uitgebreide bestand van de Baarnse woningbouwvereniging Eemland Wonen B.V, laat onverlet dat onze gezamenlijke koloniale geschiedenis, voor wie het wil zien, ook in Baarn, slechts een verhaal- en straatlengte van ons verwijderd is.

Pelitahuizen in Gruttostraat: toen en nu   (Coll. Historische Kring Baerne)
Ook de Stichting Pelita bestaat nog steeds en al decennialang vervult zij een officiële functie bij ondermeer het aanvragen van een uitkering bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. Momenteel wordt ook hulp geboden bij het aanvragen van een visum voor Indonesië. Tegelijkertijd heeft de rol van Pelita een sterke verbindende factor gekregen binnen de Indische gemeenschap, door ondermeer het organiseren van sociale en culturele bijeenkomsten, de zogenaamde ’Masoek Sadja’s’ en niet te vergeten de ’Indische eettafels’. Pelita, na zeventig jaar: still going strong, met onveranderd het olielampje als symbool!

Pelitanieuws Juni 2017

Ed Vermeulen (1942)












Ten slotte:
Zoals zoveel stichtingen heeft ook Pelita een Comité van aanbeveling, met daarin illustere namen als Marion Bloem, Adriaan van Dis, Willem Nijholt, Wieteke van Dort, Rocky Tuhuteru en de onlangs overleden Sandra Reemer e.v.a.
Bijzonder om te vermelden is dat in de periode september 2016 - april 2017 in het door de Stichting uitgegeven fraaie blad ’Pelitanieuws’ het verhaal Van Baarn naar Bali is opgenomen met daarin ondermeer informatie over de Baarnse Indische buurt.  

* Dat Japanse schepen met krijgsgevangenen werden getorpedeerd door geallieerde onderzeeboten werd ondermeer veroorzaakt door het feit dat de Japanners de schepen niet uiterlijk hadden gekenmerkt als krijgsgevangenen transportschip (zog. Hellships).

Bronnen:
Archief Historische Kring Baerne
Griselda Molemans -  Opgevangen in Andijvielucht, uitgave Quasar Books 2014
Ir. H. Th. Bakker -  De KPM in oorlogstijd, uitgave 1950
Oorlogsgravenstichting (OGS) – Slachtofferregister
Will Tinnemans -  Indisch Licht, uitgave Stichting Tong Tong november 1997


Dit verhaal verscheen op maandag 24 juli 2017 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 

Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen